Op de hoek van de Boomgaardstraat en de Witte de Withstraat is het lachende gezicht van Melly Shum een vertrouwd onderdeel van het straatbeeld. Sinds 1990 hangt deze billboard van Ken Lum aan de zijgevel van Witte de With. Het is een ongekend lange ‘exposure’ voor een reclamebord.

Hoewel Ken Lum gebruik maakt van de codes van de reclamewereld is onmiddellijk duidelijk dat het hier niet om een gewoon reclamebord gaat. Het bord probeert immers niets aan de man te brengen. We zien een foto van een vriendelijk glimlachende Aziatische vrouw die in een kantooromgeving achter een bureau zit. Daarnaast de tekst ‘Melly Shum hates her job’, die de andere helft van het billboard beslaat. Meer is er niet. Normaliter zou een reclamebord nog een product of dienst aanprijzen die Melly Shum meer plezier in haar werk zou brengen, of een leukere baan. Hier moeten we het doen met de mededeling dat zij een hekel heeft aan haar baan. Maar is dat wel zo? De vrouw kijkt vriendelijk in de camera, terwijl naast haar het woord haat in rode letters van het bord af spat. Foto en tekst vertellen niet hetzelfde verhaal. Welke van de twee is waar?

Ken Lum maakt geen reclame, maar zijn billboard bevat wel degelijk een ‘boodschap’. Hij maakt de codes van de reclame inzichtelijk. Door de stereotiepe vormgeving van de reclame in te zetten laat hij zien hoe ingesleten onze kijkgewoonten zijn. Automatisch maken we een verbinding tussen woord en beeld en voelen ons aangesproken door de directe taal van het bord. Maar is deze dame wel Melly Shum? Is Melly Shum een bestaand persoon? Omdat er geen telefoonnummer, website, prijs of product op het bord is vermeld, blijft alleen de tegenstrijdigheid tussen beeld en tekst over. In tegenstelling tot reclame geeft dit kunstwerk geen antwoorden, maar roept slechts vragen op.

De combinatie van taal en beeld speelt in veel van Ken Lums werk een grote rol. In de taalschilderijen die hij in de tweede helft van de jaren tachtig maakte is vooral het letterbeeld belangrijk. Spandoeken, reclamebanieren, uithangborden, overal ter wereld kom je ‘taalschilderijen’ tegen. Een tekst die niet alleen te lezen is, maar die door de vormgeving ook een beeld vormt. In een vreemd land is het alleen dat: een woordbeeld dat je niet kunt ontcijferen. Lum baseerde zijn taalschilderijen op deze gedachte, hij gebruikte de vormen en lettertypen van de reclame en maakte er onleesbare werken van, in een niet bestaande taal. Vorm en kleur zijn bepalend voor het gevoel dat de tekst oproept.

Halverwege de jaren tachtig werd Lum bekend met werk waarin hij portretten combineerde met abstracte logo’s en tekst. Naast elkaar geplaatst hadden de neplogo’s een bijzondere uitwerking op de portretfoto’s. De mensen op de foto waren niet langer individuen maar representanten van een merk. Bijvoorbeeld het werk met de familie Ollner: een cliché familiefoto met daarnaast in een roodwitte, cursieve letter: Ollner. De vormgeving van het totaal en van de letter maakt van het gezin een merk dat huiselijkheid en gezelligheid uitstraalt. Omdat er geen adresgegevens, prijzen en andere informatie bij staat is heel goed zichtbaar hoe tekst en beeld op elkaar inwerken. Het werk stelt vragen over identiteit. In hoeverre bepalen merken de identiteit van de moderne mens? En hoe speelt de reclame daar op in? Die vragen zijn na twintig jaar nog steeds actueel.
http://www.sculptureinternationalrotterdam.nl/collectie/permanent/MellyShumhatesherjob.php